Pijn – Deel II

Ik vang mijn verhaal verder aan op een termijn van 18 weken. Nog steeds gebruik ik deze titel. Pijn, fysieke pijn, mentale pijn, maar sowieso pijn, veel pijn.

Het vorige ging van start rond de 16 weken. Intussen 2 weken verder en het verschrikkelijke verdict van de placenta accreta gekregen. Een kleine week later begonnen de onderzoeken. Een MRI en cystoscopie stonden op de planning. Alweer richting UZ Gent. Ik ben intussen niet meer in staat mezelf te verplaatsen, dus ben genoodzaakt alweer beroep te doen op mijn vertrouwde taxi. Van de MRI krijg ik niet onmiddellijk resultaat, over de cystoscopie zouden ze mij wel onmiddellijk iets kunnen zeggen. Zenuwachtig ga ik mee met de erg attente verpleegkundige, ze probeert me op mijn gemak te stellen en legt uit hoe het onderzoek zal gebeuren. Toch maar vreemd zo een camera die tegen de stroming in je lichaam binnengaat. Maar goed, dit gevoel is niets in vergelijking met de pijn die ik al mocht lijden. Mijn blaas ziet er betrekkelijk netjes uit, lichte schemeringen konden wel gezien worden, maar niets dat erop zou wijzen dat die placenta al in een te ver stadium zou zitten en mijn blaas binnendringt. Iets wat me gerust stelt. Want het beeld dat de artsen zagen, was op echo al wel heel extreem voor een termijn van 17 weken. Vrij kalm kom ik terug buiten en besluit ik maar meteen een toiletbezoekje te doen. Eigenaardig weetje: het meest onnatuurlijk, maar fijne gevoel dat ik daar down-under mocht beleven tot nu toe. De vloeistof die in mijn blaas werd gebracht, moest er natuurlijk uitkomen. Ik durf te wedden dat nog niet veel onder jullie al een koud plasje hebben mogen ervaren. Verfrissend, dat wel…

Ik begeef me naar het volgende onderzoek. De MRI, in de duistere ondergrondse gangen van het ziekenhuis bevindt zich alle apparatuur voor deze onderzoeken. Ik was er gerust in. Maar eens op de tafel, toch even schrikken van de ietwat zware plaat die ze op mijn buik legden. Om vervolgens dan in een tunnel te worden geschoven. Toch een iets benauwder gevoel dan ik verwacht had. Het duurde en bleef duren. Het apparaat maakt enorm lawaai, dat herinner ik me nog uit mijn eigen kindertijd en van een tijdje geleden toen de grote held ook dergelijk onderzoek mocht doen. Welteverstaan, bekeken ze toen zijn baarmoeder niet. 🙂 Om het allemaal wat rustiger te mogen ervaren krijg je een koptelefoon met wat muziek op. “Zoutelande” weerklonk door mijn gehoorgangen. Nu ja, blij dat je hier bent, zo blij was ik er niet mee. Maar ik bracht mezelf tot rust, ik ben blij dat JIJ hier bent, ons hoger doel, waarvoor we dit allemaal doen. “Hou uw adem in mevrouw”, volgens mij vergaten ze toch echt wel af en toe te zeggen wanneer ik terug mocht doorademen. Maar ik relativeer en denk terug aan de helse pijnen van de afgelopen weken. Eens verlost van dit onderzoek, kon ik alleen maar wachten. De dokter zou me contacteren.

Daags nadien had ik een consultatie bij mijn vertrouwde gynaecoloog in Zottegem. Hij bekeek de beelden, maar gaf toe hier niet in thuis te zijn. Op het eerste zicht leek alles wel oké. Ik had de laatste dagen wel meer en meer last van mijn rug en bekken. Hij zag het aan de manier waarop ik de stoel afkwam. Ik had al zoveel te verwerken gekregen, wat was een diagnose van bekkeninstabiliteit dan nog? De gynaecoloog besloot om er toch over na te denken niet meer terug te gaan werken tot na de bevalling. Ik keerde huiswaarts en besloot te genieten van de zon die eindelijk van de partij was. Zalig voelde het, mijn pijn was ook vrij goed onder controle. Ik legde me neer bij het lot dat me wat brute pech had meegegeven, maar leer te genieten van de kleine dingen. Met de avondzon op mijn snoet, geniet ik van de helden.

Diezelfde avond, vooravond, gaat mijn telefoon en blijkt het de arts van het UZ te zijn. Ze vroeg me hoe ik me voelde en ik deed mijn verhaal van de dag. Ik gaf ook aan dat ik rust had gevonden en helemaal okĂ© was om dit avontuur aan te gaan. Ze wou met mij nog de resultaten bespreken en begon over de cystoscopie. Ik wist wat er kwam. Dan de MRI, ik wist wat er kwam. Maar niets is minder waar, als een koude douche, een hamer op mijn slaap, een ruk uit mijn borstkas, eender wat, ik kan het niet omschrijven. Hoezeer ik de metaforen anders graag opzoek. De MRI was niet goed. Niet goed. Niet goed…

De woorden zinderen na. De placenta is niet aangehecht, vergroeid, neen, de placenta zit er helemaal door… Een beeld dat zeer alarmerend is voor deze termijn. En dan moest het slechtste nieuws nog komen. Woorden die voor altijd zullen nazinderen. “Wij moeten nu voorleggen aan de key opinion leaders in deze pathologie of het ĂĽberhaupt veilig is de zwangerschap verder te laten verlopen, dan wel zo snel mogelijk af te breken”, af te breken, af te breken, af te breken,… Met een ijzige blik en een quasi versteende emotie leg ik de telefoon neer. Het is dinsdag, volgende maandag kunnen we op gesprek, dan pas gaan we horen wat de beslissing is die ze hierin kunnen nemen. Die avond bleef mijn emotie versteend, maar ’s nachts komt het onhoudbare verdriet. Rauwer ervoer ik het nog niet. Dit beeld is iets wat wereldwijd zo erg zeldzaam is, laat staan hier in BelgiĂ«, laat staan op zo een vroege termijn. Want ook dat is wat ik constant moet aanhoren: “We zijn nog zo vroeg in de zwangerschap”. Mijn buik groeit, mijn lichaam werkt, meer dan ooit tevoren, meer dan bij wie ook mijns inziens. Dit is niet zomaar een foetus, dit is ONS kind. Ik wil vechten, weigeren om dit zomaar te stoppen. Dit kind bewees al die tijd bij ons te willen zijn. Wie ben ik om dit leven te gaan ontnemen? Ik vlucht nog liever naar de andere kant van de wereld, dan dat ik dit zomaar laat beĂ«indigen. Ik denk dat ik nooit eerder zo boos moet zijn geweest. Mijn emoties verdoven mij van alle pijn, maar die emoties komen zoveel harder binnen dan gelijk welke naar morfine smachtende pijn ooit.

Die week was een hel. We trokken ons op aan elkaar, probeerden zoveel mogelijk in verbinding te komen en te blijven met elkaar. En gelukkig, kan ik zeggen dat we op geen enkel moment op een ander pad zaten. We hadden allebei hetzelfde doel. Zolang ik het aankon, zouden we blijven vechten. De helden voelden de spanning en waren ongerust. Allebei, zelfs de kleine held. De grote held, ving een gesprek op en ging erdoor helemaal uit zijn dak. We nuanceerden, of zeg ik beter logen? Ik was van mening, het probleem pas aan te pakken op het moment dat het zich voordoet.

Weekend, nog even en we konden het verdict gaan aanhoren. We keken er allebei naar uit en probeerden in tussentijd het een beetje los te laten. Per slot van rekening, zijn wij het die beslissen over mijn lijf. En ik had besloten te vechten. Meer dan ooit!

Tot die ene nacht, de pijn steekt weer op, nog harder dan de voorgaande keren, intens, onhoudbaar. We weten dat we niet langer kunnen geholpen worden in ons vertrouwde ziekenhuis en besluiten de ambulance te bellen. Ik hoor manlief zeggen, dat ik naar het UZ moet worden gebracht, dat we een attest hiervoor hebben. Het gesprek duurt lang, ik kerm het ondertussen uit. Hem hoor ik geagiteerd in conflict gaan “dit gaat hier over het leven van mijn vrouw!”. De centrale vertelt ons dat ze weigeren om ons naar het UZ te brengen en dat we maar zelf moeten naar Zottegem rijden, einde gesprek. We snellen ons de auto in, voor zover stappen nog mogelijk is. Manlief helpt me strompelen van de trap en trekt me een broek aan. Achteraf ontdekt dat ik deze achterstevoren aanhad, maar kom, hij doet het toch maar. We rijden veel te snel naar het ziekenhuis, terwijl mijn broer zich midden in de nacht naar ons huis snelt om bij de helden te kunnen zijn (hij was in de buurt). Geen van ons allen zich nog bewust van de avondklok die er op dat moment geldt. Stel je voor, dat we nog werden tegengehouden.

Eens daar aangekomen, staan ze verbouwereerd door ons verhaal van de 112. Ze besluiten meteen klacht in te dienen nadat ze mij voorzien van de nodig pijnstilling. Ik krijg nog een vlug onderzoek door de gynaecoloog van wacht. Zij bevestigt, die placenta zit er echt serieus door. Ik stel nog enkele vragen, wat dit betekent, maar ze bekent dat ze mij het antwoord schuldig moet blijven. Ze heeft dit ooit in haar studies in een boek gezien, nooit in werkelijkheid.

Even later rollen ze mij de ambulance in en wordt manlief gevraagd of hij nog iets tegen mij wil zeggen. Ik zie de angst en onmacht in zijn ogen. We weten allebei wat dit betekent, al geven we er elk onze perceptie aan. Hij heeft schrik om mij te verliezen, dat dit zijn laatste beeld van mij als zijn wakkere echtgenoot zal zijn. Ik weet dat ik straks op de operatietafel lig en mama wordt van een overleden mini-held.

Op de één of andere bizarre manier, wellicht onder invloed van de zware medicatie, leek ik mij erbij neer te leggen. Een gevoel dat ik nu niet meer kan en wil aanvaarden… Maar uit wat volgt de komende uren, blijkt dat we het beiden dan toch nog niet onmiddellijk bij het rechte eind hebben.

Wordt vervolgd…

Plaats een reactie