Pijn – Deel III

Terwijl Damocles nog naarstig met zijn zwaard boven ons hoofd balanceerde, gaat mijn verhaal verder aan 19 weken.

De pijnstilling en mijn eerste uren in het uz deden al goed hun werk. De nacht hebben we aan ons voorbij laten gaan. Daar zitten we dan, wij twee, een kamertje in het verloskwartier. Wachtend op een normale kamer. Maar vooral wachtend op een gesprek dat ingepland stond rond de middag. De bespreking, het verdict. Wat had die prof uit Luik “beslist” voor ons?

Intussen op een gewone kamer, zaten we daar te wachten en wachten en wachten… De uren streken voorbij. Uiteindelijk kwamen enkele artsen tegen de vooravond bij ons binnen. Ze startten hun gesprek met “we nemen er misschien beter even een stoel bij”. Ik voelde dat zwaard al dichter tot aan mijn haarlijn reiken. Maar deze keer had ik het niet bij het rechte eind. “Jullie kunnen wanneer jullie dat willen proberen verder te gaan”, al wat daarna kwam, was voor mij niet langer van belang. Het kwam erop neer dat het geen makkelijk parcours zou worden. Dat we van een erg premature baby zouden bevallen en dat het aantal weken wellicht niet met een 3 zou beginnen. We kregen de keuze. Wanneer wij dit niet meer aankonden, was het wel ethisch verantwoord ermee te stoppen. We besloten keihard te vechten! Allemaal, ikzelf en de baby in de eerste plaats, maar ook ons volledige gezin én het team hier. We zouden net zo ver gaan tot de blaas dreigt te worden doorboort door dat verschrikkelijke monster in mij. Belangrijke noot: ik zeg dan wel monster, maar gelukkig niet in vergelijking te brengen met één of andere kwaadaardige tumor die heel mijn lijf zou gaan opvreten. Neen, dat blijft ons gelukkig gespaard, maar op een trager tempo is dat wel de ambitie van Mr. placenta “gravidaris”, zo heet hij voortaan in mijn wereld.

Men besloot mij even op te nemen om de pijnstilling op punt te zetten, zodat ik hier niet elke week hoef te staan. In dat weekje kreeg ik ook het voorrecht om gevaccineerd te worden en werd ik in de watten gelegd door de kinesist, psycholoog, geweldige vroedvrouwen, artsen. Een heel team staat voor ons paraat.

Want ook dat dient gezegd te zijn. Ik had wel een vooroordeel ten opzichte van het groot universitaire “fabriek”, maar niets is minder waar. Niets dan toegewijde mensen, die geboren zijn voor het vak, die het vak uitvoeren met hart en ziel.

Na een weekje keer ik huiswaarts met een cocktail aan pijnstilling, start ik vol goeie moed aan het vervolg van ons verhaal. Daar word ik verder opgevolgd door de vroedvrouw thuis en de kine, die maar wat graag klaar staan om mij thuis op te vangen, zowel fysiek als mentaal. Ik voel dat zij oprecht met ons meeleven. Net als zovelen.

In de tijd die volgt, is de ene dag de andere niet. Elke kleine inspanning betaal ik duur. En vooral de angst die die pijn me inboezemt, maakt dit een lastig traject.

Alweer een weekje later, intussen 21 weken bereikt, gaan we terug richting uz ter controle. Stiekem tel ik een beetje af. Nog minder dan 9 weken. Want laat één ding duidelijk zijn, het is officieel, ik ben zo graag mama, maar ik ben niet graag zwanger!

Ik had een moeilijke nacht, ook de ochtend start moeizaam met de nodige stress. We lopen de gele tunnel onder richting het alom bekende gebouw. Ik grap nog, dat we hier nooit komen zonder slecht nieuws. Oh oh, Murphy, waarom daag ik u zo graag uit?

De arts begint te kijken op de echo, alles zag er perfect in orde uit. “Jullie weten het geslacht?” Ze grapt nog even in het andere geslacht. De sfeer zit goed. De artsen en wijzelf staan dichter bij elkaar dan ik had kunnen voorspellen. Ik ben geen onbekende, laat staan een nummertje? Neen, ik ben “mevrouw Coppejans met hare percreta”. Ze kijkt rustig verder en geeft aan dat we ook dat “boeleke” eens mogen bekijken en niet altijd die lelijke, tegenwerkende placenta. “Oei, allee wa is da? Das niet goed”. Ik grap nog “wilt uw machine niet mee?” Het antwoord dat ik dan krijg, zorgde ervoor dat het laatste draadje voor Damocles nu echt knapte. Ik voel zijn zwaard, recht door mijn hart. Mijn hart bloedt, onophoudelijk, tot op vandaag.

18 mei 2021, de dag dat mijn fysieke pijn overheerst werd en veranderde in een onbeschrijflijke mentale pijn.

Plaats een reactie