September loopt op z’n einde. Die eerste weken waarin je nog vol goeie
voornemens aan de schoolpoort, nog vóór de bel gaat, tracht te staan. Ik had ze die voornemens, helaas sneuvelden ze al na week 1. Die week die dit jaar amper 2 dagen duurde. Ja, die! Op die zeldzame momenten dat ik er dan ben, komt de smalltalk wel eens naar boven. September, drukke maand. De kinderen moeten hun ritme nog vinden, ouders misschien nog net iets meer. En terwijl we boeken kaften, trachten we ook de puzzel te maken voor ons onbetaald bijberoep, taxichauffeur.

Sinds dit jaar nog pittiger dan tevoren. Mooi beseft dat taxichauffeur nog een best vermoeiende job kan zijn. Maar op het einde van die bijna dagelijkse rush, plof ik me neer met enorm veel voldoening. Voldoening dat alles wat ik wou doen, moest doen, dat ik het kon doen, het is gedaan. Klinkt misschien voor velen onbekend. Mijn stokpaardje, planning.
Al sinds mijn studies werd duidelijk wat een planner ik ben. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik toen beter kon plannen dan uitvoeren. Maar het was een proces. Ik krijg het nog steeds warm van blanco agenda’s en nieuwe pennen. Maar sinds enkele jaren ben ik dan toch volledig gezwicht voor een digitale agenda. Al bleef ik misschien ietwat ouderwets tot vorig jaar geloven in een beter overzicht op papier. Sinds dit jaar is dat anders. Ik besefte dat een digitale agenda er altijd netjes uitziet, ik kan wijzigen waar ik wil, maar vooral dat mijn kleurencode heilig is.
Dat begon een kleine 6 jaar geleden. Ik begon een nieuwe job, waarin heel wat meetings de scepter zwaaiden. Niet langer een maandelijkse teammeeting, maar dagelijkse outlookuitnodigingen. Al heel snel gaf ik kleuren aan ieder type meeting. Geel voor teammeetingen, grijs voor face to faces, blauw voor algemene meetingen, rood voor trainingen, groen voor privézaken en paars, dat was verlof. Minstens even belangrijk.
Intussen zijn we nog 2 helden rijker en heeft iedereen zijn agenda een plaatsje gekregen in die van mij. Geloof me, die kleurboek geeft me zoveel rust. Ik raad dan ook echt aan om agenda’s te delen. Helaas is dat hier niet helemaal mogelijk omdat die van mij vasthangt aan mijn job, maar goed, ook daarvoor fixte ik een oplossing. Oké, ik geef toe, ik print mijn agenda een week op voorhand af. Gewoon zodat iedereen het overzicht heeft.
Al in de zomervakantie begon ik op te lijsten wat wekelijkse “moetjes” zouden worden. Een enorm lange lijst. Het deed me wel inzien dat ik geen modale kinderen heb. Maar goed, dat maakt mijn leven zo boeiend, hè. Ze hebben alle drie hun zorgen. Maar wat werd ik blij van dat gepuzzel. Ik kreeg het er allemaal in! En belangrijker, er zat vooral ook echt tijd voor mezelf in. Anders dreigt hun chauffeur snel verzeild te geraken in een parentale burn-out. Preventie is alles hè mannekes.
Door wat ons vorig jaar overkwam, besloot ik ook eens op te lijsten wat ik zelf graag had gedaan in het verleden, maar door omstandigheden nooit had kunnen doen. Ik besef nu dat het leven echt kort kan zijn. Ik wil er dan ook alles uithalen wat mij gelukkig kan maken. Prioriteiten, met een prioriteitenlijstje, dat is waarnaar ik wil leven.
Ik werk momenteel nog steeds maar 60%. Dat geeft me extra ruimte, maar die vul ik bewust niet in. Het is immers echt wel de bedoeling dat ik terug aan de slag kan in een ander ritme. Al geef ik mezelf wel de vrijheid om zolang de kinderen klein zijn in een regime van 4/5 te werken. Een dag waarop ik wat foodprepping doe, really hier zweer ik bij, mijn huishouden, de boodschappen en nog meer planning, de menuplanning. Klinkt vermoeiend, maar voor mij geeft het rust. Elke week een menu dat er op het eerste zicht telkens anders uitziet, maar op zich qua basis steeds dezelfde is. Het maakt de keuzestress beperkter. Een vaste vleesdag, visdag, veggiedag, pastadag, eenpansgerechtdag,…

Die extra ruimte die ik dan nu nog even heb, vul ik in met schrijven, wandelen, de stad af en toe intrekken, kappersbezoekjes, bij de schoonheidsspecialiste langsgaan en mijn gewone huishoudelijke taakjes, die ik normaalgesproken dan ‘s avonds zal doen. Dat geeft me dan nu, in deze herstelperiode, de ruimte om wat sneller tot rust te komen, zodat dat uitgeputte lichaam van weleer terug op de plooi komt.
Hoe begon ik aan die planning? Ik zei het al, lijstjes. Maar alvorens alles overal in te proppen, besloot ik ook een “vrije avond” te voorzien. Zo eentje waarvan je weet, die dag moet ik me voor niets of niemand haasten. Vervolgens plande ik elke dag een leeg half uurtje in. Dan alle “moetjes”, ook de taxiritjes. Later zou ik er een persoon aan koppelen. Want we zijn met 2, dus soms verdelen we die dingen.
Terwijl ik al die moetjes erin zette, kreeg mijn agenda veel kleur. De hubbyheld zijn werkplannen zetten we er niet in, ik weet gewoon dat hij elke dag werkt en hij zal zijn einduur aanpassen aan zijn eventuele ritjes. Zijn privé afspraken kregen donkergroen. Puur voor de veiligheid, want zijn planningskills beperken zich vooral tot zijn job, voor de rest ben ik zijn wandelend agenda. Ik gewoon groen, hij donkergroen. Groen zijn dus oudertaakjes. De grote held kreeg paars, de kleine held oranje en de mini heldin roze. Toegegeven het is niet mijn gebruikelijke palet. Maar een agenda met aardetinten gaf me net iets minder overzicht.
Wat staat er dan allemaal op hun planning?
Voor de hubbyheld beperkt zich dat tot af en toe eens een kine afspraak, zijn wekelijks loopmoment en een avond voor zichzelf.
De grote held, dat is een ander paar mouwen. 3 keer atletiek, 2 keer muzikale vorming, een uurtje drumles, 2 keer een zorgmomentje en een halve dag Scouts. Hij heeft sinds dit schooljaar ook een eigen agenda, weliswaar op papier, waarin hij die hobby’s en zijn huiswerk plant. Geheel eigen initiatief. Het geeft hem rust. Appel? Perenboom?


De kleine held, voorlopig nog iets beperkter. 2 keer Suzuki (dat is zijn muziekles, later meer daarover) en 1 keer een ander zorgmomentje.
Bij de mini heldin houden we het voorlopig nog vooral bij “moetjes”. Dan spreek ik over doktersbezoekjes en andere zorgmomentjes.
Last but not least, de jongens krijgen ook hun taakjes. Geen grote zaken. Maar kleine dingen waardoor ze kunnen bijdragen. Het leert hen zoveel voor de toekomst, ze vinden het (meestal) fijn en het geeft ons als ouder enorme hulp (en slecht gevulde kasten, maar dat nemen we erbij).
En voor mezelf? Er kwam wel iets leuks achter een hoekje piepen. Daarover wijd ik graag een volgende keer uit…
