Men blikke terug
Een jaar is voorbij… Een jaar geleden ging ik nogmaals door een hel. Een fysieke hel, minstens een even grote mentale hel. Mijn fysieke herstel duurde een hele tijd, het mentale nog net iets meer. Maar intussen kan ik zeggen dat mijn neus terug in de juiste richting wijst. Dat ik quasi volledig uit mijn dal ben. Dat het een deel van mezelf is geworden dat ik weiger zomaar een plekje te geven. Net omdat het een deel is van ons verhaal. Ook omdat het me op een manier getekend heeft. En daarmee doel ik niet perse op de negatieve zin van het woord. Het is alsof ieder kind me steeds sterker maakt in mijn kijk op het leven. Misschien zelfs mijn kijk op de wereld. Mijn kijk op mezelf.

Ik geef toe, angsten nemen het nog vaak over. Angst dat mijn lichaam het alsnog een keer zou opgeven, dat mijn lichaam me terug zal teleurstellen. Anderzijds besef ik dat datzelfde lichaam onnoemelijk sterk moet zijn om dit hele avontuur op deze manier te kunnen hebben doorstaan.

Dankbaar, elke dag opnieuw. Wanneer ik kijk naar die rijkdom die hier thuis rondhuppelt. Ze zijn alles waarvan ik ooit droomde. Zij zijn het, die dit alles het waard maakten. Ook dankbaar voor die brute pech, omdat die mijn kijk zo sterk beïnvloedt. Nog steeds, dag na dag. Vergeten zal ik het nooit, maar ik neem het mee in dat rugzakje. Niet langer als lood, maar als veertjes die me helpen mijn vleugels wijder uit te slaan en te vliegen, samen naar ons geluk…
Dankbaar, voor het lot dat me deze pech bracht, dat me deze wijsheid bracht, dat me deze helden bracht…

En dan nu? Baai, baai… tot nooit meer! (Uiteraard gericht aan het monster)

