Op 14 december 2022 mocht of beter moest de ingreep doorgaan. Ik zou een
reconstructie van mijn helden hun huisje krijgen. Of laten we zeggen van hun
grondgebied, want dat huis werd al even geleden gesloopt. We besluiten het
grondgebied verder als natuurlandschap te zien en er niet langer bebouwing op
toe te laten. Dus… een reconstructie van mijn buik. Ik noem het bewust
reconstructie, van correctie is niet langer sprake. De operaties in 2021 hadden
duidelijk hun tol geëist en om het in de ogen van een leek te zeggen, het zag
er niet meer uit. Een diastase die op heel wat plekken wat breuken vertoonde en
algemeen een gemiddelde breedte heeft van 10 cm. Echt veilig was dat niet
langer. Wanneer ik dacht dat er een beetje vetmassa zich daar gezellig thuisvoelde,
had ik het mis. De diastase was zo immens dat mijn ingewanden er hun weg naar
buiten probeerden in te banen. Enkel een dun huidvlies hield hen nog tegen. Je
begrijpt, dat het voor mijn veiligheid was dat er werd ingegrepen. Anders zou
een simpele stoot fataal kunnen zijn. Wie me kent, weet dat ik hiervoor weinig
nodig heb.
Die bewuste woensdagochtend rijden we erg vroeg naar het ziekenhuis in
Knokke waar een arts zo attent was mij te willen opereren. Ietwat zenuwachtig,
genuanceerd misschien extreem zenuwachtig, stapte ik de inkomhal binnen. Geen
UZ-gevoel deze keer, maar het cleane decor van AZ Zeno mocht mij verblijden.
Hier zou de diastase van 10 cm vermoord worden. Hier zou mij een esthetisch
mooie buik bezorgd worden.
Enkele uren later nam ik van manlief vrijwel rauw afscheid. Het moest
allemaal plots supersnel gaan waardoor we eigenlijk niet voorbereid waren op
dat afscheid, maar goed, ik had er vertrouwen in. Hij misschien net iets minder.
Eens de voorbereidende zaal binnengerold, kwamen daar toch heel wat
herinneringen naar boven. Ik besloot voor de zoveelste keer mijn verhaal te
vertellen aan de verpleegkundige van dienst omdat dat voor mij gewoon oké leek.
Omdat dat voor mij gewoon nodig was. Ook de chirurg in kwestie, heeft ten alle
tijden geluisterd naar mijn verhaal. En ook al is dit voor hem de zoveelste
ingreep, hij minimaliseerde mijn angsten nooit! Hij normaliseerde mijn
onzekerheid door ons verleden. Ik werd het operatiekwartier binnengebracht en
huppelde de tafel op. Mijn armen werden vastgemaakt en mijn naar goeie gewoonte
slechte grapjes kwamen boven. De operatie kon beginnen. Ik voelde de vloeistof
weer naar binnenstromen en werd overmand door angst. Angst omdat dit gevoel me
zo bekend was. Ik voelde alweer hoe snel dit binnenliep, het brandde. De angst
gebood me dit aan te geven, omdat dit iets is wat me zo ingehamerd was. Ze
baseren zich enkel op wat jij als patiënt aangeeft. Angst voor wat komen zou,
angst voor het onwetende. Ik voelde de vloeistof binnenlopen en tegelijk mijn
bewustzijn wegebben.
Na wat voor mij slechts luttele seconden leken, werd ik wakker, na
respectievelijk enkele uren. De operatie was begonnen omstreeks 11u30 en het
moet ergens een uur of 6 à 7 zijn geweest waarop ik terug bij zinnen was. Ik
had pijn, maar niet langer vergelijkbare pijn met die van toen. Het was eerder
een gevoel van verslagenheid, een gevoel van immobiliteit dat me iets te bekend
voorkwam. Maar ik nuanceerde, het was voorbij, helemaal voorbij. Gedaan met
onze strijd. De strijd van 2021 mocht eindelijk gestaakt worden, succesvol
beëindigd eind 2022. Een strijd van bijna 2 jaar waar er voor mij sprake was
van drie operaties, maar waar ook voor Lucille een heftig parcours aan
vasthing.
Na twee nachtjes mocht ik het ziekenhuis verlaten en eindelijk huiswaarts
keren bij mijn helden. Ik voelde me, ja, quasi sterker dan ooit tevoren. Ik was
blij dat ik die heldentroep thuis terug in mijn armen kon sluiten. Voor mij,
voorbij!
Zondag 18 december. Ik sta op met een beurs gevoel. Manlief besluit
pannenkoekjes te bakken als ontbijt. Eén van zijn vele gewoontes die hij toch
wel door de jaren heen heeft weten binnen te sluizen. Ze smaken min of meer,
maar niet zoals het hoort. Goed, ik besluit het rustigaan te doen. Het moet
ergens omstreeks de middag geweest zijn dat ik me toch minder en minder begon
te voelen. Ik besluit een onstekingsremmer te nemen, want heb ergens het gevoel
dat er iets niet helemaal pluis is. Iets dat niet zomaar met een doodgewone
paracetamol op te vangen is, want dat moet ik wel toegeven. Ik kan me thuis
best wel behelpen met de eerste trapspijnbestrijding. Op een tramadolletje in
de avond na dan. Maar of ik die nu neem voor de pijn of om gewoon wat
makkelijker te slapen, dat laat ik in het midden. Ik kan alleen maar zeggen,
dat in een halfzittende houding slapen voor de komende 6 weken, best een
challenge is.
Nu voelt het echter anders. Ik neem de Ibuprofen, in de hoop dat het alles
wat kalmeert. Maar de pijn wordt alleen maar erger. Alsof de trauma’s nog niet
genoeg zijn geweest, voel ik aan dat dit echt niet oké is. Ik bel naar de
dienst waar ik werd opgenomen en doe mijn relaas. Ze geven aan dat het
misschien toch beter is om ons richting spoed te begeven. In Knokke, Knokke
God. Waarom moest dat ook alweer op meer dan een uur rijden van ons thuis zijn?
Het was barkoud en de weg werd elke minuut gladder, spekglad. Meer dan een
uur helse pijn in de auto, onwetendheid, angst en 1000 chauffeurs die hun auto
maar amper konden controleren. Maar vooral die pijn, een pijn die me te goed
terugkatapulteerde in dat gevoel van begin 2021. Ik noem onszelf wel vaker
helden, een echte held ben ik echter niet, maar dit verdien ik toch ook weer
niet? Na alles? We reden verder, maar de pijn leek me te overstijgen. Ik trek
mijn stoute schoenen aan en bel in horten en stoten het gsm-nummer dat me
contacteerde voor de afspraak. Het blijkt het telefoonnummer te zijn van de
professor zijn vrouw. Ze stelt me meteen gerust en geeft aan dat ik toch
misschien beter naar de privé-praktijk kom, zodat we geen tijd verliezen en haar man mij onmiddellijk kan helpen. Hij zal voor mij zorgen totdat ik beter ben,
verzekert ze mij. Klinkt in ieder geval beter dan op deze manier uren te
verslijten in de wachtzaal van de dienst spoedgevallen.
Enkele minuten later krijg ik een oproep van een anoniem nummer. Dit blijkt
de prof. te zijn. Hij stelt me enkele vragen en klinkt ook ietwat ongerust. Hij
besluit zelf naar het ziekenhuis te rijden en mij daar alsnog te zien. Hij
dringt er ook op aan zeker niets meer te eten of te drinken. Dit tot hij mij
gezien heeft. Ik voel de bui al hangen… Dit is niet oké. Enkele uren later
krijg ik alsnog een injectie met vloeistof die me in dromenland zal brengen.
Alweer de operatietafel op…

Wat blijkt? Ik lijk een nabloeding te hebben. De harde “stenen”
net onder mijn huid hadden het blijkbaar al verraden. Maar ik verkeerde nog in
de ontkenning, overmand door alweer angst, pure paniek, blinde paniek. Na een
klein uurtje word ik terug wakker en voel ik dat de zwelling is afgenomen. Tegelijk overstelpt me een vreemd gevoel. Ik kan het niet beter omschrijven dan een claustrofobisch gevoel. Alsof ik gevangen zit in mijn eigen lichaam, een lichaam dat ongecontroleerd trilt. Ik wijt het aan mijn lichaamstemperatuur, maar zelfs met een half warmtekanon onder mijn lakens, blijft mijn lijf stuiptrekkingen doen. Ik vraag iets om me te kalmeren. Tot op vandaag weet ik nog steeds niet of dit gevoel te verklaren is. Was het een reactie op de narcose? Of een traumatische gebeurtenis die me zover bracht? Het is in ieder geval iets dat me nog steeds een beklemmend gevoel geeft, wanneer ik eraan terugdenk.
Wat later krijg ik het mooiste cadeau dat ik ooit van een onbekende mocht
krijgen. De dochters van de professor hadden elk een prachtige tekening gemaakt
omdat ze zo hard geschrokken waren van wat er was gebeurd. Wellicht door de
reactie van hun papa. En zo zie je maar… Zelfs de meest gerenomeerde profs
zijn ook doodgewone papa’s. Dikke dankjewel daarvoor! Alweer iets van oogjes en
naaldjes. Weliswaar niet in die mate als toen, maar alweer dikke pech. PECH,
met stip het woord van de afgelopen jaren dat ik officieel het meeste haat.
En dan nu naar huis, definitief, voor altijd, om nooit meer terug te keren,
om te leven, samen, wij vijf!





